Artikel
In slechts 66 jaar naar de maan
Door: Wim LavermanBedrijf waar alles draait om snelheid en voorrang van de klant
‘In slechts 66 jaar naar de maan’
De bouw heeft zich in de loop der jaren de kaas van het brood laten eten door de toeleveranciers. Die hebben zich veel innovatiever en ook veel meer klantgericht opgesteld dan bouwers. Met als gevolg dat toeleveranciers zowel een steeds groter wordend deel van de totale koek hebben veroverd als ook beduidend betere marges behalen. Maar er zijn uitzonderingen. De Meeuw Bouwsystemen is er één van. Door specialisatie heeft dit bouwbedrijf een voorsprong opgebouwd die bovendien met een aantrekkelijk resultaat onder de streep gepaard gaat. De Meeuw heeft een niche gevonden, zou je kunnen zeggen, maar met 250 miljoen gulden omzet is de onderneming inmiddels te groot om nog een nichespeler te worden genoemd. Wat doet het bedrijf beter dan andere?
door Wim Laverman
"De klant heeft bij ons altijd voorrang. Daar zit veel energie in. Dat heeft geresulteerd in een enorme loyaliteit. Het merendeel van de klanten die we in de jaren vijftig bedienden, is nu nog steeds, soms onder een gewijzigde naam of in een andere juridische eenheid, onze klant voor doorgeëvolueerde producten. Dat is een geweldige intrinsieke kwaliteit!" zegt ing. Lex Meuldijk, commercieel directeur van De Meeuw. Meuldijk is een ongewoon energieke, creatieve man die veel dynamiek en een hands-on managementstijl uitstraalt. Hij klikt goed in het beeld van een succesvolle onderneming, die zoals vaker, herkenbaar is aan innovaties, alertheid, krachtige marketing en een type bedrijfscultuur die medewerkers en vaste subcontractors bindt. Allemaal zaken die terug te voeren zijn op attitude, iets dat in de mensen zelf zit. Meuldijk is een man met een brede kijk, die de onderneming toch gefocust weet te houden. Maar ook één die doorheeft dat beweging mede door ‘kleine’ dingen ontstaat. Zo vindt hij het volstrekt vanzelfsprekend ’s morgens om 7 uur op een bouwplaats aanwezig te zijn, waar die zich ook in het land bevindt. Als er ergens een nacht moet worden doorgewerkt, komt hij vaak persoonlijk aanzetten met eten van de Chinees onder zijn arm. Weinig bazen van ondernemingen met een dergelijke omvang doen dat. Hij weet alert met zijn product mogelijke publiciteit binnen te haken. Besteedt zorgvuldig een flink reclamebudget aan onder andere tv, radio en vakbladen. "Het is opmerkelijk dat anderen het nauwelijks nodig vinden te adverteren," merkt Meuldijk droogjes op. Adverteren voert hem naar naambekendheid en naar klantencontacten. Bij veel bedrijven is een dergelijk contact gedelegeerd naar een lager niveau dan de directie. "Dat kan je niet delegeren," is zijn stellige opvatting.
[tussenkop] (Semi-)permanente behuizing
De Meeuw doet in allerlei vormen van snel te leveren huisvestingsoplossingen, die in de fabriek worden geproduceerd – veelal een kwestie van slechts een paar weken. Ze kunnen variëren van kortstondige oplossingen, zoals toiletgebouwtjes gedurende een paar dagen voor een popfestival, (honderden) tijdelijke behuizingen voor de marechaussee tijdens de mkz-crisis, voorzieningen voor een bedrijf dat afgebrand is, tot oplossingen van tien jaar en meer. De kleinste oplossing meet anderhalf bij anderhalve meter, de grootste recent opgeleverde 17.000 vierkante meter. Die heeft betonnen vloeren, diverse verdiepingen, is onder architectuur ontworpen en biedt ruimte aan 1100 man. De essentiële constructie van dat gebouw – vloer, frame en dak – is echter niet anders dan die van een toiletunit die ergens drie dagen staat. Het vergelijk met de automobielindustrie, waar dezelfde bodemplaten en motoronderdelen in diverse merken worden toegepast, aangevuld met unieke elementen, ligt voor de hand. De kernfactor van alles wat De Meeuw doet is snelheid. "Voor de vergunning verleend is, is het gebouw in onze fabriek vaak al voor driekwart geproduceerd," onderstreept Meuldijk. "Is die vergunning er eenmaal, dan beginnen we meteen met de fundering. Een week later staat bij wijze van spreken de eerste verdieping er al." Toepassingen zijn schooltjes, kantoren, banken, winkeltjes, verpleeghuizen, eerstehulpklinieken, operatiekamers, kinderdagverblijven en dergelijke. Meuldijk: "Je kan beter zeggen wat we er niet mee maken. Dat zijn woonhuizen, om marktredenen, en bedrijfshallen, want dat laat het systeem niet toe." De imagoproblemen van dertig jaar geleden – warm in de zomer, koud in de winter, wiebelende vloeren – zijn inmiddels allemaal kwalitatief wegontwikkeld. Hoewel architecten gevels en detailleringen van deze gebouwen kunnen ontwerpen, wordt hun vrijheid ingeperkt door constructie, functionaliteit en productiesnelheid. Daardoor bestaat er in die wereld enige weerstand tegen dit soort gebouwen. "Onterecht," vindt Meuldijk, ‘want alles wat we ontwikkelen, een permanent proces, is het regelrechte gevolg van klantenvragen. Lelijk en uniform zijn onze gebouwen al lang niet meer. Architecten krijgen wel degelijk ruimte van ons, het is de klant die bepaalt hoeveel."
De onderneming is ruim zeventig jaar geleden ontstaan vanuit de productie van bouwketen, nog steeds een belangrijk segment voor het bedrijf. "We hebben een groot marktaandeel daarin," zegt Meuldijk, "dat we deels rechtstreeks beleveren, deels via onafhankelijke verhuurorganisaties. Vanuit klantenvragen – kan je ze koppelen, stapelen, kan de gevel zus of zo – is het aloude product tevens naar het huidige gebouwtype doorontwikkeld." Behalve in Nederland heeft het bedrijf al jaren vestigingen in Duitsland, België en Zwitserland; recent werd ook een groot gebouw op Curaçao gerealiseerd.
[tussenkop] Voorsprong
Naast een dynamische marktbewerking en voortdurende productverbetering zit een deel van het ‘anders dan andere’ zijn ook in de kennis hoe met subcontractors samen te werken. Meuldijk: "Het is wel makkelijk gezegd dat we alles in één hand hebben, maar doordat we dat al heel lang doen, zit er veel ervaring in. Zo zitten de telefoonnummers van mijn grote onderaannemers voorgeprogrammeerd in mijn zaktelefoon. Daardoor weet ik, als het om een groot project gaat, binnen een half uur of iedereen beschikbaar is. Als je dat via een aanbesteding moet doen, ben je zeeën van tijd kwijt plus de nodige transactieverliezen door onderlinge afstemmingsproblematiek. In ons geval verdampt de kennis en samenwerking met onze onderaannemers niet, maar groeit juist steeds verder. Dat leidt tot een onmiskenbare voorsprong, net als trouwens onze attitude. We zijn alleen extra energie kwijt in het bewaken van de prijzen, want dat is natuurlijk een lastig punt in zo’n samenwerking. Dat vergt soms enige hardheid."
[tussenkop] IFD bracht wind in de zeilen
De Meeuw heeft de laatste jaren de wind nog eens extra in de zeilen gekregen. Snelheid en flexibiliteit zijn geen modeverschijnselen meer, maar maatschappelijke begrippen die niet meer verdwijnen. VROM en EZ zijn krachtige promotors geworden van het IFD (Industrieel, Flexibel, Demontabel) bouwen. Meuldijk: "Die gebouwen van ons kon je altijd al na verloop van tijd demonteren en ergens anders neerzetten. Maar het aardige was dat ánderen dat ineens over ons gingen zeggen." Dat wil niet zeggen dat de specialisatie en kennisdeling met subcontractors van De Meeuw nu op grote schaal nagevolgd wordt. Integendeel. Meuldijk verzucht met enige verbazing: "Op het gebied van een aantal primaire levensbehoeften hebben we de vorige eeuw geweldige vooruitgang geboekt in technologie en in efficiency. Neem voeding. Begin 1900 werkte 40 procent van de Amerikaanse beroepsbevolking in de bedrijfskolom van de voeding, nu minder dan 2, terwijl kwaliteit, diversiteit en het absolute volume zijn toegenomen. Neem de verbetering van de gezondheidszorg. Neem communicatie als radio, tv, telefonie. Neem transport, dat je ook als een vorm van communicatie kunt zien. In 1903 ging het eerste door een motor aangedreven vliegtuigje van hout en geïmpregneerd doek de lucht in, 66 jaar later waren we al in staat op de maan te landen. Een immense prestatie, die mij erg inspireert. Vreemd dat we ons op het gebied van die andere primaire levensbehoefte, wonen, heel anders ontwikkeld hebben. Zelfs de kennis die de branche in de jaren vijftig en zestig op het gebied van industrieel bouwen veel ruimer bezat dan nu, lijkt grotendeels weggezakt. Waarschijnlijk heeft dat iets te maken met de onwil in deze bedrijfstak om kennis met elkaar, met concurrenten, te delen, mogelijk omdat dit als bedreigend ervaren wordt. Met als gevolg onder meer een enorm gebrek aan standaardisatie, een fenomeen dat steeds lastiger wordt naarmate het aantal vakmensen af- en de behoefte aan informatiesystemen toeneemt. Om de een of andere reden is kennisdeling in die andere bedrijfstakken wel gelukt. Hoe dan ook, een van de doelstellingen achter het IFD-programma van de overheid is ‘verbetering van de internationale concurrentiepositie van de bouw door kennisoverdracht’."
Naarmate het draagvlak voor het denken over IFD-bouwen zich uitbreidt, blijkt er een nieuwe markt te ontstaan. Een nichemarkt nog wellicht, maar niches kunnen behoorlijk groot zijn als de totale bouwmarkt tussen de 80 en 100 miljard gulden bedraagt. Niches zijn bijvoorbeeld lege plekken in steden waar niets mee gebeurt omdat er over tien jaar een metro of iets anders aangelegd wordt. Niemand gaat daar traditioneel bouwen, maar met een flexibel bouwsysteem kan die grond ondertussen wel degelijk economisch benut worden. Andere niches zijn bedrijven die door plotselinge groei of een calamiteit in ruimtenood verkeren.
[tussenkop] Concurrentie
Daardoor verandert dit segment in de markt voortdurend. Tien jaar geleden zag De Meeuw een systeembouwer niet als concurrent, nu wel. De bepaling van de rangordes in dit marktsegment is dus een definitiekwestie geworden. Hoe dit ook zij, in Duitsland zitten een paar heel grote partijen, maar de meeste zijn alleen regionaal actief in winkels of in scholenbouw, niet in het hele palet. Ook in Frankrijk en de VS zitten enkele flinke spelers. Nederland kent eveneens een paar relevante marktpartijen en veel kleintjes. "Kijk je echter naar breedte, diepte en autonome ontwikkeling, dan is er in Europa niet nog zo’n bedrijf als De Meeuw te vinden," zegt Meuldijk. "We bouwen scholen, maar zijn daarin niet de grootste. Voor de gezondheidszorg geldt dat net zo. In de combinatie zijn we echter uniek, en dat maakt ons sterk. We zijn daardoor niet afhankelijk van één segment."
In de veranderende markt beginnen ook nieuwe fenomenen op te komen, zoals het aanbieden van ‘total care’, zeg maar facility-achtige dienstverlening in combinatie met de (semi-)permanente huisvesting. "Ook wij spelen met die gedachten," zegt Meuldijk. "Bij grote projecten leggen wij inmiddels al tuinen aan. En bij al onze offertes sluiten we brochures bij van de grootste verhuizer van Nederland, Voerman International UTS, van Overtoom, want wie verhuist heeft ook een inrichtingsbehoefte, van CWS voor schoonmaak en sanitaire oplossingen, van DE voor koffie, van de Asita Dienstengroep. Enerzijds is dat service voor de klant, anderzijds doen we er ook ervaring door op wat dit soort samenwerkingen betreft. Voor verschillende banken leveren we op Vinex-lokaties al totaalconcepten met veiligheidsvoorzieningen, flappentapper en geldtelmachines en al. Zo vreemd zijn deze stappen niet, want ons basisproduct is een turn-key gebouw inclusief vloerbedekking, data-aansluitingen, verlaagde plafonds en ga zo maar door; dat is eigenlijk een heel ongebruikelijk product. Wij doen dat al twintig jaar, vinden het dus geen innovatie meer, maar in feite is het dat nog steeds."
[streamer]
‘Werken met vaste subcontractors leidt tot groei in kennis en onderlinge afstemming, tot tijdwinst en voorkomt transactieverliezen’
Meer lezen? Neem een abonnement!

















